DSC05280 min

Inclusieve taal.
Das pas creatief.

Negen bekende Nederlandse vrouwen met ontbloot bovenlichaam. Ze stonden te schitteren op de 218e editie van Linda-magazine. Een opvallende cover, deze ‘Tits R Us’. Het magazine doet haar best om alle soorten borsten te laten zien en vrouwen een gevoel van herkenning te geven. Maar heel eerlijk, voor mij is deze foto juist niet-inclusief. Waar zijn de zogenaamde hangtieten? De Oost-West borsten? De druppels? En sterker nog: waar zijn de vrouwen zonder kledingmaat 34? De cover maakte veel in mij los over het topic inclusieve (beeld)taal. Want hoe kun je iets zeggen zonder daarin te stereotyperen? Ik houd me er graag mee bezig. Privé, maar zeker ook bij Artica.

Graag trap ik deze blog af met een grote disclaimer. Dit is een opiniestuk. Het is dus geschreven vanuit mijn kijk op de wereld. Daar kun je het niet mee eens zijn. En dat is helemaal oké. We hoeven het namelijk niet altijd eens te zijn met elkaar. Het gaat er mij juist om dat we erover in gesprek kunnen blijven. Dat gezegd hebbende: laten we bij het begin beginnen. Want wat is inclusief taalgebruik of inclusieve communicatie? Het is een vorm van taalgebruik waarbij rekening wordt gehouden met o.a. diversiteit en gender. We blijven met deze communicatievorm zo ver mogelijk weg van stereotype beeldvorming. Dat is nog niet zo eenvoudig kan ik je vertellen. Want stereotyperingen komen ergens vandaan. Vaak vanuit bevestiging van iemands eigen wereldbeeld. Een voorbeeld: ik ben een getinte vrouw van 1,85 cm. Je mag raden hoe vaak ik het statement ‘jij moet wel een basketballer zijn’ heb gehoord. Zo’n opmerking is vaak niet slecht bedoeld. Maar wel een klassiek voorbeeld van hoe stereotypen verankerd raken in ons taalgebruik.

Dit wel en dat niet.

De woorden die we gebruiken en de manier waarop we ze gebruiken, zijn een afspiegeling van hoe we naar de wereld kijken. Vaak spreken we vanuit het individu. Maar inclusieve taal focust zich juist op het collectief. Onbewust sluiten we mensen in en uit met ons taalgebruik. Dat noemen we linguistic bias. Een praktijkvoorbeeld: een tijdje geleden las ik in een social post de term ‘vrouwelijke CEO’. Een gekke constructie als je het mij vraagt. Want waarom moeten we benadrukken dat de CEO een vrouw is? En waarom doen we dit dan ook niet bij mannen? Hetzelfde geldt voor een woord zoals brandweerman. Hier gaan we ook direct uit van de mannelijke vorm. Maar hoe noemen we dan een vrouw bij de brandweer? In zo’n geval zouden we eigenlijk beter een term als ‘brandweermens’ of sec ‘brandweer’ kunnen gebruiken. Zo sluiten we namelijk niemand uit. Als copywriter loop ik regelmatig tegen de linguistic bias aan. Hoe ik het oplos? Gewoon vragen hoe iemand wenst te worden aangesproken. Geloof me, het voorkomt een hoop ongemakkelijke gesprekken.

Zo kan het ook.

Begrijp me niet verkeerd. Je complete taalgebruik van de een op de andere dag veranderen, is vrijwel onmogelijk. Net zo onmogelijk als het verbieden van woorden. Of het niet meer benoemen van verschillen tussen mensen. En dat hoeft ook niet. Maar ik geloof wel dat we bewuster kunnen communiceren met elkaar. Zo ontdek je woorden die je óók kunt gebruiken. De NS deed het door ‘beste dames en heren’ te veranderen naar ‘beste reizigers’. En HEMA met haar transparante panty (in plaats van huidskleurig). ‘Huidskleurig’ is voor mijn Nederlandse beste vriendin namelijk anders dan voor mijn Nigeriaanse oma. Ditzelfde principe geldt voor het benoemen van verschillen. Ik hoor wel eens woorden zoals ‘de Aziaat’ of ‘die lesbienne’ voorbijkomen. Maar het is wel goed om je ervan bewust te zijn dat je het ook specifieker kunt maken. Door bijvoorbeeld te zeggen ‘de Japanse man’ of ‘de lesbische persoon’. Op die manier zet je de persoon voorop. Niet zijn etniciteit of seksuele geaardheid. Een goede inspiratiebron is het boek ‘Dat mag je óók zeggen’ van Vivien Waszink.

Ongemakkelijke vragen.

Mijn gouden tip voor iedereen die dit leest: bekijk taal eens vanuit een andere hoek. Stel de ongemakkelijke vragen die op het puntje van je tong liggen. En lees je in waar kan. De incomplete stijlgids van Women Inc. is een aanrader. Het heeft er bij mij toe geleid dat ik plezier haal uit het nadenken over hoe ik hetzelfde op een andere, meer inclusieve manier kan zeggen. Dat is pas creativiteit.


Wil jij ook inclusiever schrijven en communiceren? Stuur me gerust een mailtje via lie@artica.nl.