Logo’s zonder
poespas.
Logo’s. Je kunt er een boek over schrijven. Aangezien ik een ontwerper ben en geen schrijver, doe ik dat maar niet. Maar interessant? Dat is het zeker. Misschien is het je opgevallen dat logo’s steeds meer op elkaar lijken. Op LinkedIn vliegen de meningen je om de oren. Van designers tot merkfans: iedereen lijkt zich ermee te bemoeien. “Je verliest je ziel!” en “Waar is de creativiteit gebleven?!” Eerlijk gezegd vind ik dat wat overdreven. Want verliezen merken echt hun karakter? Ik heb er wel een idee over.
Vroeger waren logo’s kleine kunstwerken. Niet zo gek, want ze werden gezien als communicatiedragers an sich. Hét uithangbord van een merk. Ontworpen door illustratoren, met de hand getekend en rijk aan details. Die ambachtelijke aanpak leverde unieke en karakteristieke beeldmerken op. Maar met de komst van digitale ontwerpprogramma’s veranderde dat. Het werd makkelijker om logo’s te maken en aan te passen. Eén ‘command + z’ en je foutje was hersteld. Het gemak had ook een keerzijde: we werden minder nauwkeurig. Denk aan typografie en uitlijning, die soms net niet kloppen. Technologie heeft ons veel voordelen gebracht. Maar die ‘oude’ nauwkeurigheid kunnen we nog steeds gebruiken.
Schaalbaarheid en multi-toepasbaarheid.
De wereld van design verandert dus. En daarmee ook de eisen aan een logo. Logo’s moeten tegenwoordig overal werken. Van kleine app-icoontjes tot enorme billboards. De gedetailleerde, handgetekende logo’s uit het verleden zijn daarvoor simpelweg minder geschikt. En dan zijn er nog de vele fotografiestijlen, kleuren en patronen waar een logo zich van moet onderscheiden. Wil je een logo op elke ondergrond laten opvallen? Dan ontkom je niet aan een simpel ontwerp in monokleur. Eenvoud werd noodzakelijk.
De tijdsgeest.
Bij Artica hebben we het vaak over tijdsgeest. De manier waarop een bepaalde periode ons denken en creëren beïnvloedt. Digitalisering is daar onderdeel van, maar het gaat verder dan dat. We leven simpelweg in een tijd waarin eenvoud de norm is. In interieur. In productdesign. In architectuur. Minimalistisch design is al lang geen trend meer. Het is wat we op dit moment mooi vinden. Beeld moet direct sprekend zijn. Teksten to the point. Wat overbodig is, laten we weg. Dat gaat verder dan enkel logo’s.
De kracht van herkenning.
Is de verschuiving in logoland dan een slechte ontwikkeling? Niet per se, denk ik. Apple (het ontzettende cheesy, maar supergoede voorbeeld) zei in de loop der jaren vaarwel tegen alle details, maar bewijst dat een minimalistisch logo wél iconisch kan zijn.
Wat Apple goed doet, is dat ze haar strakke vormgeving niet beperkt tot het logo. Het hele merk ademt eenvoud en perfectie. Van fotografie tot perfecte toepassing van witruimte en uitlijning. Het werkt omdat dit merk consequent is in haar uitstraling. Alle elementen - waaronder het logo - kun je zien als ankers in het hoofd van de doelgroep. Die ankers zorgen voor de herkenning die je creëert. En dat wil je. Kijk naar de voorbeelden hieronder. Ik weet zeker dat je direct weet wie je voor je hebt ;-).
Sterke brand assets.
Sterke merken zijn niet in één beeldmerk gevat. Je kunt (lees: moet) je eigenheid laten terugkomen in alles wat je doet en uitstraalt. In kleuren. Typografie. Fotografie. Beeldtaal. Tone-of-voice. Pas je dat structureel overal toe, dan creëer je eigenheid en karakteristiek. En doe je dat ook nog eens heel consequent, dan zorgt het voor herkenbaarheid. Je herkent het merk meteen. Nog voordat je het logo ziet.
Dus. Wil je echt impact maken? Dan is een goed logo volgens mij slechts een begin. De echte kracht zit in de totale merkbeleving.